Tagarchief: verslaving

Blog 10 in de reeks ‘evolutionaire psychologie’: Hoe kan evolutionaire psychologie helpen om mentaal welzijn te verbeteren?

Doorheen deze reeks aan blogposts over evolutionaire psychologie hebben we gezien dat onze hersenen en emoties sterk zijn beïnvloed door onze evolutionaire geschiedenis. Dit heeft ons voor een hele lange tijd grote voordelen opgeleverd. Maar in moderne maatschappijen met snel veranderende technologieën ontstaat er soms een mismatch tussen onze genen en de omgeving, wat resulteert in problemen zoals angst, depressie, verslavingen of andere aanpassingsproblemen. In deze blog kijken we naar een aantal mogelijke oplossingen om beter met deze mismatch om te gaan zoals het aanpassen van omgevingen, psychotherapie en betere regelgeving.

Aanpassen van omgevingen in plaats van psycho-medicatie

Kennis over de evolutionaire oorsprong van veel voorkomende psychische problemen helpt om effectievere oplossingen te vinden en ineffectieve behandeling te vermijden. Momenteel worden veel psychische stoornissen behandeld met medicatie: antidepressiva, anti-angst medicatie (bv., beta-blokkers), methylfenidaat, anti-psychotica en meer recent ook psychodelica voor de behandeling van trauma. Desondanks dat deze medicatie heel erg behulpzaam is voor mensen die leiden aan ernstige varianten van psychische stoornissen, is medicatie vaak niet nuttig voor een grote groep van patiënten met mildere symptomen. Specifiek zijn psychofarmaca vooral effectief in het onderdrukken van een aantal ongewenste symptomen (bv., depressieve gevoelens), maar hebben ook vaak bijwerkingen en ontwenningsverschijnselen (bv., afvlakking van gemoed of nachtmerries). Het onderliggende probleem, met name een mismatch tussen genen en de omgeving, wordt niet aangepakt met medicatie.

In plaats van het gebruiken van medicatie zouden psychiaters, psychologen, sociologen, pedagogen en beleidsmakers meer moeten nadenken over hoe de omgeving kan worden vormgegeven om de evolutionaire mismatch te verminderen. Zo kunnen klaslokalen stimulerender en actiever worden gemaakt voor jonge kinderen en jongens zodanig dat hun gedrag niet meer wordt weggezet als het gevolg van ADHD. Op een gelijkaardige manier kunnen bedrijven en andere organisaties meer nadenken op de manier waarop ze hun personeel belonen en evalueren, waarbij de nadruk minder ligt op individuele competitie en meer op het belonen van teams (zie blog 6). En wat betreft depressie is het van belang om in een hyper-individualistische en geografisch mobiele samenleving mensen manieren te bieden waarin ze zich onderdeel kunnen voelen van een groep (zie blog 2).

Reguleren van fastfood, gokken, sociale media en porno

Een andere manier van het aanpassen van omgevingen is het reguleren van toegang tot bepaalde zaken, met name zaken die in blog 4 werden beschreven als verslavend (bv., fastfood, gokken, sociale media, online shoppen, gamen, enzovoort). In heel veel landen is gokken verboden omdat het grote sociale problemen met zich meebrengt. Ook zijn verschillende middelen die momenteel worden gezien als harddrug (o.a., heroine en cocaine) verboden, desondanks dat zij een lange tijd legaal konden worden gebruikt en zelfs voorgeschreven werden als medicatie (bv., cocaïne tot in ~1920 in een aantal landen) voor psychologische aandoeningen zoals angst en depressie. Echter werden deze middelen na verloop van tijd wereldwijd verboden omwille van de negatieve gezondheids- en maatschappelijke effecten. In de toekomst zal er wellicht ook meer regulering moeten komen voor recente, maar schadelijke consumptieproducten zoals sociale media, porno en fastfood.

De wijdverspreide toegang tot fastfood, internetporno en sociale media zijn fenomenen van slechts enkele tientallen jaren of recenter. Daarom is er nog niet zoveel bekend over de langetermijngevolgen van deze zaken, maar inmiddels komt het onderzoek hiernaar langzaamaan op gang. Intensief bewerkt vlees zoals in hamburgers werd in 2015 toegevoegd aan de lijst van kankerverwekkende stoffen door de Wereldgezondsheidorganisatie (WHO) op basis van meer dan 800 wetenschappelijke studies (1). Ook wat betreft sociale media komen er langzaam meer onderzoeken welke erop wijzen dat het gebruik negatief gelinkt is aan slaapkwaliteit en mentale gezondheid, zeker bij jongeren (2). Ook rond porno is er steeds meer onderzoek waarbij gebruik wordt gelinkt aan minder goede romantische en seksuele relaties (3).

Als gevolg van deze toenemende kennis rond de negatieve gevolgen van om fastfood, internetporno en sociale media worden er langzaamaan ook meer reguleringen ingevoerd. Zo wordt een minimumleeftijd overwogen voor het gebruik van sociale media en worden er belastingen ingevoerd voor fastfood. Zulke reguleringen kunnen helpen om de evolutionaire mismatch tussen deze extreem doorontwikkelde surrogaten en onze evolutionaire voorkeuren te verminderen. Tegelijkertijd moet er worden opgelet dat de regelgeving niet doorslaat in morele paniek. Het is van belang om ervoor te zorgen dat mensen kunnen worden voorzien in hun evolutionair ontwikkelde behoeften op een manier die ook bijdraagt aan hun lange termijn gezondheid. Daarom is doordachte regelgeving voor de producenten van deze consumptiemiddelen van groot belang. Zo hoeft bijvoorbeeld sociale media niet compleet verboden te worden, maar moeten er toepassingen komen om gemanipuleerde beelden, foutieve informatie en misleidende reclame te verwijderen.

Psychotherapie als antwoord op de evolutionaire mismatch

Doorheen de verschillende blogposts werd ook al een aantal keer aangehaald hoe psychotherapie behulpzaam kan zijn bij verschillende stoornissen. Zo kan blootstellingstherapie helpen bij angststoornissen, kan activeringstherapie helpen bij depressie en kan het aanmoedigen van gezondere belonende gedragingen (bv., sport) helpen bij verslavingen. Deze interventies toegepast in psychotherapie kunnen perfect gekaderd worden binnen een evolutionair psychologisch perspectief. Specifiek kan psychotherapie helpen om patiënten inzicht geven over evolutionair aangepaste gedragspatronen (bv., angst, neerslachtigheid en jaloezie) die in een moderne omgeving niet altijd de meeste voordelen opleveren. De interventies toegepast in psychotherapie helpen om deze evolutionair onaangepaste gedragspatronen te veranderen (bv., vermijding doorbreken bij angststoornissen en nieuwe activiteiten ondernemen bij depressie). Anders dan psychofarmaca focust psychotherapie dus meer direct op de oorzaken en het veranderen van problematische gedrag, in plaats van het onderdrukken van symptomen.

Het vinden van omgevingen die goed bij jouw genen/persoonlijkheid/voorkeuren past

Zoals verteld in blog 3 is variatie in eigenschappen, waaronder persoonlijkheidseigenschappen, een cruciaal onderdeel van evolutionaire aanpassing en selectie. Sommige mensen zijn van nature meer angstig, assertief, empathisch of gevoelig aan de belonende effecten van drugs. Heel wat onderzoek wijst erop dat deze persoonlijkheidseigenschappen inderdaad een genetische basis hebben en vrij stabiel zijn doorheen het leven (4, 5). Het veranderen van deze persoonlijkheidseigenschappen is moeilijk (maar niet onmogelijk door middel van bijvoorbeeld schematherapie of intense levensgebeurtenissen) (6). Daarom is het voor iedereen van ons van belang om omgevingen op te zoeken die goed passen bij onze persoonlijkheidseigenschappen. Wanneer je veel stimulatie en prikkels nodig hebt, dan is het beter om een baan als agent of brandweerman te vinden dan als bibliothecaris. Wanneer je houdt van weinig prikkels en veel rust dan is het beter om boeken te lezen als hobby dan naar festivals te gaan. En wanneer je gevoelig bent aan beloningen en verslavingen dan is het beter om die beloningen te halen uit zaken die op lange termijn niet slecht zijn voor jouw gezondheid (bv., via sport). Hierbij kan psychodiagnostiek helpen om meer inzicht te krijgen in jouw eigen persoonlijkheid, voorkeuren en interesses.

Wetenschap en open discussie

Zoals beschreven in blog 3 hebben mensen omwille van hun grote hersenen de mogelijkheid om flexibel te leren over hun omgeving. Toch zijn mensen op allerlei manieren beperkt om goed over hun omgeving te leren: We zijn niet in staat om alle relevante informatie waar te nemen (bv., zwaartekracht en UV-straling), we maken heel moeilijk de connectie tussen oorzaak en langetermijngevolgen (bv., roken en kanker) en we hebben een beperkte aandacht voor dingen die niet direct relevant voor ons zijn (bv., de rol van hygiëne in publieke gezondheid). Als gevolg van deze beperking in het correct percipiëren van de wereld zijn wij sterk geneigd om verklaringen aan fenomenen te geven volgens oorzaken die wij kennen en intuïtief aanvoelen: Onweer is het gevolg van een man in de lucht met bliksemstralen, ziektes zijn het gevolg van slechte geesten, vaccins zijn gevaarlijk omdat een niet-natuurlijke stof het lichaam wordt ingespoten en de wereld is vlak omdat deze vlak lijkt. De wetenschap biedt ons allerhande instrumenten en methoden om aan deze beperkingen van ons denken te ontkomen: het ontwikkelen van meetapparatuur, het opstellen van lange-termijn experimenten en het ontwikkelen en verbeteren van theorieën door open discussie.

Via de continue toename van kennis over onszelf en hoe we worden beïnvloed door de omgeving kunnen we betere omgevingen creëren die maximaal bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van zoveel mogelijk mensen. Kennis over de werking van evolutionaire psychologie heeft hier een belangrijke rol in. Wanneer we beter begrijpen welke processen onze emoties en gedragingen beïnvloeden dan kunnen we betere omgevingen creëren en therapieën ontwikkelen die gezondheid en welzijn maximaliseren.

Open markten en democratie

Eén van de grootste inzichten vanuit de evolutionaire en sociale psychologie is dat mensen groepsdieren zijn. Wij worden enorm gedreven door sociale beloning en motivatie om deel uit te maken van een groep (zie ook blog 2 en blog 9). Dit levert grote voordelen op zoals bescherming, samenwerking en het vinden van een potentiële partner. Maar er zijn ook gevaren verbonden aan deze neiging tot groepsgevoeligheid: Risicogedragingen worden aangemoedigd in sommige groepen, overconsumptie wordt aangemoedigd door status zoeken en we hebben de neiging om de wereld in te delen in wij-zij tegenstellingen. Wanneer we ons in een groep bevinden kan dit leiden tot destructief gedrag wat we anders niet zouden vertonen, zoals huisvaders die veranderen in hooligans wanneer ze hun voetbalclub gaan supporteren. Daarom is het van belang om deze groepsgevoeligheid goed te kanaliseren.

Vanuit dit perspectief is de sterke opkomst van individualisering en consumptie-gerichte economieën sinds de Tweede Wereldoorlog een goede ontwikkeling geweest. Vergeleken met andere tijdsperiodes in de geschiedenis hebben deze ontwikkelingen gezorgd voor minder conflicten tussen groepen (bv., oorlogen) en een aanzienlijk hogere welvaart waarbij aan de basisbehoeftes van grote groepen mensen wordt voldaan (7, 8). Parlementaire kiessystemen zorgen ervoor dat groepen van mensen hun stem kunnen laten horen zonder dat ze hiervoor moeten overschakelen op geweld. Deze enorme vooruitgang wordt vaak over het hoofd gezien bij politieke discussies. In plaats daarvan gebruiken extreme partijen vaak bestaande, maar sterke verbeterde, problemen zoals ongelijkheid, armoede, seksisme en racisme om frustraties tussen groepen in de maatschappij aan te wakkeren (bv., tussen rijk en arm, mannen en vrouwen of allochtonen en autochtonen). Toch is het belangrijk om te realiseren op welke ongelofelijke schaal er vooruitgang is gemaakt op allerlei domeinen. Geweld, kindersterfte, extreme armoede en menselijk leed zijn wereldwijd een fractie van wat ze honderd jaar geleden waren (8). Dit is voor een belangrijk deel te danken aan de democratisering and het gebruik van open markten wereldwijd (9).

Conclusie: Evolutionaire psychologie als inspiratie voor het vergroten van welzijn

Doorheen deze reeks van blogposts werd het strikte biomedische model van psychologische stoornissen bekritiseerd. Volgens dit model worden psychologische stoornissen veroorzaakt door biologisch afwijkingen in de hersenen en moeten deze worden gecorrigeerd met psychomedicatie. Daarentegen beargumenteerde ik in mijn blogposts dat mentale stress en psychologische stoornissen voornamelijk worden veroorzaakt door een mismatch tussen genen en de omgeving. Hieruit volgt dat psychologische stoornissen voorkomen of verholpen kunnen worden door het aanpassen van de omgeving. Dit kan op allerlei manieren bereikt worden, zoals het aanpassen van regelgeving rond zaken zoals fastfood en gokken, het bijstellen van sociale normen rond wat psychologisch welzijn is (o.a., dat niet iedereen zich continu ‘blij’ hoeft te voelen), het gebruik van psychotherapie om evolutionair-gekleurde mispercepties te corrigeren of het beter inrichten van fysieke ruimtes (bv., ruimte voor beweging in scholen of meer groene zones in steden). Inzichten vanuit de evolutionaire psychologie kunnen inspireren om omgevingen optimaal af te stemmen op typisch menselijke gedragingen en emoties.

Referenties

1.          Bouvard V, Loomis D, Guyton KZ, Grosse Y, Ghissassi F El, Benbrahim-Tallaa L, et al. Carcinogenicity of consumption of red and processed meat. Lancet Oncol [Internet]. 2015 Dec;16(16):1599–600. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S1470204515004441

2.          Studer J, Marmet S, Wicki M, Khazaal Y, Gmel G. Associations between smartphone use and mental health and well-being among young Swiss men. J Psychiatr Res [Internet]. 2022 Dec;156:602–10. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S002239562200588X

3.          Szymanski DM, Stewart-Richardson DN. Psychological, Relational, and Sexual Correlates of Pornography Use on Young Adult Heterosexual Men in Romantic Relationships. J Mens Stud [Internet]. 2014 Jan 1;22(1):64–82. Available from: https://journals.sagepub.com/doi/full/10.3149/jms.2201.64

4.          McCrae RR, Costa PT. The Stability of Personality: Observations and Evaluations. Curr Dir Psychol Sci [Internet]. 1994 Dec 23;3(6):173–5. Available from: http://journals.sagepub.com/doi/10.1111/1467-8721.ep10770693

5.          Rantanen J, Metsapelto R, Feldt T, Pulkkinen L, Kokko K. Long‐term stability in the Big Five personality traits in adulthood. Scand J Psychol [Internet]. 2007 Dec 19;48(6):511–8. Available from: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1467-9450.2007.00609.x

6.          Bleidorn W, Hopwood CJ, Back MD, Denissen JJA, Hennecke M, Hill PL, et al. Personality trait stability and change. Personal Sci [Internet]. 2021 Jun 21;2. Available from: https://journals.sagepub.com/doi/full/10.5964/ps.6009

7.          Pinker S. The Better Angels of Our Nature: Why Violence Has Declined. Viking Books; 2011.

8.        Rosling H. Factfulness: Ten Reasons We’re Wrong About the World – and Why Things Are Better Than You Think. Flatiron Books; 2018.

9.        Acemoglu D, Robinson J. Why Nations Fail: The Origins of Power, Prosperity, and Poverty. Crown Business; 2012.

Blog 9 in de reeks ‘evolutionaire psychologie’: Meer dan evolutie: Hoe status en sociale beloningen gedrag motiveren

Onze evolutionaire geschiedenis bepaalt voor een groot deel ons gedrag. Toch is de huidige omgeving en met name sociale beloningen (bv., bewondering, erkenning of sociaal aanzien door anderen) ook van groot belang om ons gedag te verklaren. Dit komt voort uit onze groepsgevoeligheid als mensen (zie ook blog 2). Voorbeelden van extreem gedrag dat gemotiveerd wordt door sociale beloning is het meerdere jaren studeren voor het behalen van een diploma of het vijfmaal bidden per dag als godsdienstig ritueel. Dit zijn beiden gedragingen die veel tijd en energie kosten, zonder dat zij direct bijdragen aan het doorgeven van genen. Echter indirect hebben deze gedragingen wel een evolutionaire functie omdat ze sociale status kunnen vergroten binnen een groep en op die manier kunnen bijdragen aan het vinden van een goede partner en reproductief succes. Maar soms kunnen deze sociale beloningen ook aanleiding geven tot problematisch gedragingen zoals verspillende luxe-consumptie of risicogedrag. In deze blog wordt verder uitgewerkt hoe sociale beloningen soms kunnen resulteren in schadelijk gedrag.

Groepsgevoeligheid en sociale beloningen

Sommige gedragingen die mensen doen, zoals bidden, studeren of topsport, zijn moeilijk te begrijpen vanuit evolutionair perspectief. Integendeel zelfs, in evolutionaire termen zijn dit kostelijke gedragingen omdat zij veel tijd en energie onttrekken aan het ultieme evolutionaire doel: het doorgeven van genen. Deze gedragingen kunnen pas goed begrepen worden wanneer we mensen bekijken als een groepsdier. Veel gedragingen leiden niet tot onmiddellijke beloningen in een omgeving (bv., sport kost energie), maar dragen bij aan het verkrijgen van een hogere status binnen de groep (bv., topsporters hebben veel sociaal aanzien). Deze hogere status is dan weer voordelig om vlotter toegang te hebben tot evolutionair belangrijke zaken zoals partners en bondgenoten. Andere voorbeelden van kostelijke gedragingen die kunnen leiden tot een hogere sociale status (of deze status tentoonspreiden) binnen een groep zijn dure kleding, juwelen, auto’s, reizen, vrijwilligerswerk, filantropie, tattoos, lezen, muziek maken en kunst.

Het zoeken naar status en sociale beloningen kan een sterke invloed uitoefenen op ons gedrag. Dusdanig zelfs dat het aanleiding geeft tot soms absurde gedragingen die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor het individu of de samenleving. In deze blog worden er een aantal van dit soort extreme gedragingen beschreven die niet alleen verklaard kunnen worden door evolutionaire aanpassing, maar vooral door sociale beloning en status. Maar eerst is het nodig om het belang van een sociale hiërarchie en sociale status uit te leggen.

Het evolutionaire nut van sociale hiërarchieën en status signaling

Mensen, net zoals vele andere groepsdieren, leven in groepen met een sociale hiërarchie. Deze sociale hiërarchie heeft een nut voor de groep, zoals het voorkomen van constant geweld en competitie voor toegang tot voedsel of partners. De groepsleden die hoger in de hiërarchie staan krijgen als eerste toegang tot deze zaken, wat wordt gerespecteerd door de groepsleden die lager in de hiërarchie staan. Deze rangorde kan soms worden betwist, zoals bijvoorbeeld wanneer jonge chimpansee mannetjes het alfa-mannetje uitdagen als leider. Maar zelfs wanneer het alfa-mannetje verslagen wordt komt er uiteindelijk telkens opnieuw een sociale hiërarchie omdat dit stabieler en veiliger is voor de groep dan een anarchie waarbij er continu competitie, conflict en geweld plaatsvindt over schaarse middelen (1).

Om te voorkomen dat er telkens opnieuw conflict ontstaat over de hiërarchie zullen groepsdieren zoals chimpansees, olifanten en mensen gebruik maken van “signaling” om hun status te tonen. Een welbekend voorbeeld is een gorilla die op zijn borst klopt en daarbij luid schreeuwt. Op deze manier signaleert deze gorilla dat hij sterk en gezond is, en dat het geen zin heeft voor rivalen om zijn status te proberen uitdagen (2). Dit heeft voordelen voor zowel het alfa-mannetje als de rivalen: bij beiden wordt risico op verwonding door onderlinge competitie vermindert zolang het status signaal als geloofwaardig wordt gezien. Status signalen hebben dus evolutionaire voordelen bij groepsdieren, inclusief mensen, omdat het onnodige competitie en geweld kan voorkomen. Andere voorbeelden van status signaling bij dieren zijn de staart bij een mannelijke pauw, het springen uit water door dolfijnen en het fluiten bij vogels.

Status signaling bij mensen, risicogedrag en overconsumptie

Ook mensen maken veel gebruik van signaling om hun status aan te tonen. Typische voorbeelden zijn competitiesport, risicogedrag (bv., te snel rijden) en luxe-consumptie (bv., merkkleding). Op deze manier kunnen mensen geloofwaardig aantonen dat zij fysiek gezond zijn, dat ze bereid zijn om grote risico’s te nemen en/of dat ze beschikken over veel middelen. Binnen deze specifieke gebieden kunnen mensen soms onderling steeds extremere competitie met elkaar aangaan om hun sociale positie aan te tonen, zoals steeds luxueuzere auto’s, horloges of handtassen kopen of net steeds gevaarlijker risicogedrag vertonen. Net zoals bij andere dieren heeft dit signaling gedrag bij mensen de functie om hun sociale positie binnen de groep te demonstreren of proberen verkrijgen.

Helaas kan signaling-gedrag soms nadelen opleveren voor de individuele persoon én vooral ook voor de bredere groep. Een extreem voorbeeld is het fenomeen “trofee-jagen”, waarbij “jagers” exotische dieren zoals giraffen, neushoorns of tijgers doden om hun financiële en sociale status aan te tonen. Dit heeft geleid tot het uitsterven van hele diersoorten, zoals bijvoorbeeld de witte neushoorn. Het aantonen van status door trofeejagers leidt dus tot grote negatieve gevolgen in biodiversiteit, waar hele ecosystemen (en ook mensen) last van hebben en nadelen van ondervinden. Maar signalering-gedrag hoeft niet altijd negatieve gevolgen te hebben voor de bredere groep. Een positief voorbeeld van status-signalering zijn wetenschappers die via continue competitie met elkaar (o.a., via het aanvragen van prestigieuze beurzen) op zoek gaan naar nieuwe inzichten, medicatie of technologieën die het leven van vele mensen kunnen verbeteren.

Religieus gedrag, status signaling en celibaat

Een ander voorbeeld van signalering-gedrag bij mensen dat bekrachtigd wordt door gekoppelde sociale beloningen is religieus gedrag. In evolutionaire termen is religieus gedrag niet direct adaptief: Het investeren van veel tijd in bidden of het lezen van religieuze teksten heeft weinig direct nut voor het doorgeven van genen aan een volgende generatie. Het is zelfs nadelig, aangezien het tijd en energie kost die zou kunnen gebruikt worden om een partner te vinden of voedsel te verzamelen. Maar indirect kan religieus gedrag belangrijke voordelen opleveren: Het verhoogt het sociale aanzien binnen de groep en kan daarbij bijdragen aan het vinden van een partner of het verkrijgen van meer (sociale) middelen.

Soms kan religieus gedrag leiden tot nog meer extreme vormen van evolutionair nadelige gedragingen. Zo kiezen priesters in de katholieke kerk ervoor om celibatair te leven. Dit gedrag heeft absoluut geen directe genetische voordelen voor het individu want dit houdt in dat zijn/haar genen niet worden doorgegeven aan een volgende generatie. Vanuit een evolutionair perspectief is het celibaat dan ook erg moeilijk te verklaren. Mogelijk brengt het celibaat bepaalde sociale voordelen met zich mee voor de familie van diegene die het celibaat aangaat. Zo lijkt het erop dat boeddhistische monniken in China die het celibaat aangaan gemiddeld gezien meer neefjes en nichtjes hebben dan andere personen, mogelijks doordat zij meer middelen hebben om hun familie te ondersteunen door hun sociale aanzien (3). Op deze manier kan, vanuit evolutionair oogpunt, extreem religieus gedrag zoals het celibaat toch een evolutionaire functie hebben via de voordelen die het oplevert voor de directe familie van de persoon die het gedrag vertoont.

Status, risicogedrag en het ‘Young Male Syndrome’

Sociale competitie en het zoeken van sociale status komt ook veel voor in jongerengroepen en subculturen, vooral voor jongeren tijdens de adolescentie waarbij het ontwikkelen van een eigen identiteit erg belangrijk is. Helaas kan dit ook aanleiding geven tot zelfdestructief gedrag en geweld. Voorbeelden hiervan zijn risicogedragingen (bv., overvallen plegen of drugs nemen) of ontgroeningsrituelen (bv., extreme dooprituelen bij studentenverenigingen). Bij jongens in de adolescentie heeft deze piek in risicogedrag tijdens de adolescentie zelfs een aparte term gekregen: Het Young Male Syndrome. Vooral tijdens de leeftijd van 15-35 jaar vertonen mannen sterk verhoogd risicogedrag zoals geweld, stunts, drugsgebruik en gokken (4). Opnieuw heeft dit gedrag de functie om een sociale status te communiceren binnen een groep of om status te verkrijgen. Het nemen van veel risico brengt status met zich mee omdat dit de fysieke gezondheid en/of de ‘durf’ van het individu aantoont. Maar deze onderlinge competitie kan aanleiding geven tot steeds gevaarlijkere situaties. Vooral bij jonge mannen zonder kinderen is het evolutionair belangrijk om status te krijgen om een partner te vinden. Het is dan ook niet verrassend dat vooral deze groep een sterk verhoogde prevalentie toont van risicogedrag.  

Sociale bekrachtiging en mentale stoornissen

Gezien de sterke invloed van sociale bekrachtigingen op het gedrag van mensen is het niet verbazend dat deze ook een grote rol kunnen spelen bij mentale stoornissen. Eén voorbeeld van een groep stoornissen waarbij sociale bekrachtiging een grote rol speelt zijn eetstoornissen. Zo kunnen extreem slanke vrouwen in reclames en op sociale media jonge vrouwen aanmoedigen om extreme diëten te volgen (6). Ook moeten in eetstoornisklinieken soms jonge patiëntes uit elkaar worden gehaald omdat ze elkaar aanmoedigen om nog meer en extremer te diëten, wat kan leiden tot ernstige ondervoeding en de daaraan gekoppelde gezondheidsproblemen (waaronder orgaanfalen). Anderzijds kunnen sociale beloningen ook ‘bigorexia’ (of ook spierdysmorfie of bigorexia nervosa genoemd) aanmoedigen, waarbij typisch (jonge) mannen overtuigd raken dat ze onvoldoende spiermassa hebben en dit proberen te bekomen met compulsief fitnessen en anabole steroïden (6).

Een andere extreme mentale stoornis waar sociale bekrachtiging een rol lijkt te spelen is zelfmoord. Vaak worden in zelfmoordstatistieken kleine stijgingen waargenomen in het aantal zelfmoorden na de zelfmoord van een beroemd persoon zoals Robin Williams en Tim Bergling (7). Er lijkt dus een effect te zijn van sociale beïnvloeding bij sommige zelfmoorden. Wellicht motiveren de vele uitingen van sympathie over de beroemdheid in de media het gedrag bij personen die al nadenken over zelfmoord.

Tenslotte worden sommige verslavingen sterk aangemoedigd door sociale bekrachtigingen. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is sociale media verslaving, waarbij sommige personen erg veel tijd gaan investeren in het maken van foto’s voor Instagram of het opstellen van Tweets voor het krijgen van ‘likes’ op sociale media. Maar ook bij verslavingen aan middelen lijken sociale bekrachtigingen een rol te spelen. Zo ontwikkelen drugs- en alcoholverslaving zich vaak initieel binnen jongerengroepen waarin het aanvaard en aangemoedigd wordt om drugs of alcohol te gebruiken (8).

Conclusie: Hoe sociale bekrachtiging schadelijk gedrag kan motiveren

Het gedrag van mensen als groepsdieren wordt sterk beïnvloedt door sociale bekrachtiging en status signaling. Dit kan soms aanleiding tot evolutionair moeilijk te verklaren gedragingen zoals het celibaat, risicogedrag, overconsumptie, eetstoornissen, verslavingen en zelfs zelfmoorden. Echter dragen deze gedragingen bij aan het verkrijgen van sociale status en daardoor indirect aan evolutionaire ‘fitness’. Het is nuttig voor individuen en samenlevingen om op de hoogte te zijn van hoe sterk sociale bekrachtiging en het zoeken naar status van invloed kunnen zijn op menselijk gedrag. Zo kunnen we sociale status toekennen aan gedragingen die een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij (bv., wetenschappelijk onderzoek of vrijwilligerswerk) en gedrag dat schadelijk is voor de samenleving, individuen of de natuur sterk afkeuren (bv., trofee-hunting, onrealistische schoonheidsidealen verheerlijken of overvloedige luxe consumptie).

Referenties

1.          Tibbetts EA, Pardo-Sanchez J, Weise C. The establishment and maintenance of dominance hierarchies. Philos Trans R Soc B Biol Sci [Internet]. 2022 Feb 28;377(1845). Available from: https://royalsocietypublishing.org/doi/10.1098/rstb.2020.0450

2.          Wright E, Grawunder S, Ndayishimiye E, Galbany J, McFarlin SC, Stoinski TS, et al. Chest beats as an honest signal of body size in male mountain gorillas (Gorilla beringei beringei). Sci Rep [Internet]. 2021 Apr 8;11(1):6879. Available from: https://www.nature.com/articles/s41598-021-86261-8

3.          Micheletti AJC, Ge E, Zhou L, Chen Y, Zhang H, Du J, et al. Religious celibacy brings inclusive fitness benefits. Proc R Soc B Biol Sci [Internet]. 2022 Jun 29;289(1977). Available from: https://royalsocietypublishing.org/doi/10.1098/rspb.2022.0965

4.          Wilson M, Daly M. Competitiveness, risk taking, and violence: the young male syndrome. Ethol Sociobiol [Internet]. 1985 Jan;6(1):59–73. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/016230958590041X

5.          Farsang P, Kocsor F. The Young Male Syndrome Revisited – Homicide Data from Hungarian and Australian Populations. Hum Ethol Bull [Internet]. 2016 Jun 30;31(2):17–29. Available from: http://ishe.org/2016-2/vol-312/the-young-male-syndrome-revisited-homicide-data-from-hungarian-and-australian-populations/

6.          Rantala MJ, Luoto S, Krama T, Krams I. Eating Disorders: An Evolutionary Psychoneuroimmunological Approach. Front Psychol [Internet]. 2019 Oct 29;10. Available from: https://www.frontiersin.org/article/10.3389/fpsyg.2019.02200/full

7.          Niederkrotenthaler T, Braun M, Pirkis J, Till B, Stack S, Sinyor M, et al. Association between suicide reporting in the media and suicide: systematic review and meta-analysis. BMJ [Internet]. 2020 Mar 18;m575. Available from: https://www.bmj.com/lookup/doi/10.1136/bmj.m575

8.          Read JP, Wood MD, Kahler CW, Maddock JE, Palfai TP. Examining the role of drinking motives in college student alcohol use and problems. Psychol Addict Behav [Internet]. 2003 Mar;17(1):13–23. Available from: https://doi.apa.org/doi/10.1037/0893-164X.17.1.13

Blog 4 in de reeks ‘evolutionaire psychologie’: Evolutie en verslavingen

Om als mensen succesvol te overleven en onze genen door te geven moeten we niet enkel met gevaren omgaan (blog 1) en samenleven in een groep (blog 2), maar moeten we ook voldoen aan een breder aantal (basis)behoeftes zoals voedsel, water, goede huizing, vrije tijd, sociale status en seks. Onze hersenen worden gemotiveerd om aan deze behoeftes te voldoen door een toename van dopamine in specifieke hersengebieden, wat resulteert in een kortstondig fijn gevoel. Maar dit kan ook aanleiding geven tot verslavingen, waarvan bedrijven graag gebruik van maken om geld te verdienen. In deze blog diep ik verder uit hoe onze evolutionaire behoeftes kunnen leiden tot verslavingen, zeker in consumptiemaatschappijen waar vele verleidingen zoals fastfood, TV series, gamen, online shopping, kansspelen of internetporno overvloedig aanwezig zijn.

Basisbehoeften, dopamine en overconsumptie

Tijdens de evolutie van de mens was er vaak sprake van schaarste aan voedsel en water. Ons lichaam heeft zich daardoor aangepast om overtollige calorieën op te slaan in de vorm van vet en om water te besparen in tijden van gebrek, bijvoorbeeld door minder te zweten en speeksel te produceren. Dit geldt ook voor andere essentiële zaken, zoals basismaterialen (kleding, gereedschap, kookgerei) en luxegoederen (zoals juwelen), evenals voor seks en sociale middelen (waaronder vrienden, netwerken en status). Omdat deze zaken vaak schaars waren en nog steeds zijn is het evolutionair voordelig om aan deze behoeften te voldoen. Onze hersenen zijn daarom geëvolueerd om motivatie te creëren om in onze (basis)behoeften te voorzien: we krijgen een kleine dopamineboost wanneer we eten, drinken, sociale bevestiging krijgen, seks hebben of leuke dingen aanschaffen, wat leidt tot een kortstondig gevoel van geluk.

In moderne samenlevingen komen markten en fabrikanten van goederen momenteel ruimschoots tegemoet aan sommige van deze evolutionaire behoeftes zoals bijvoorbeeld via de productie van voedsel, medicatie en kleding. Maar soms gebeurt dit op een extreme manier wat negatieve gevolgen kan veroorzaken. Zo verkopen fastfoodketens calorierijk voedsel met veel verzadigde vetten, suikers en zout waarvoor mensen een sterke voorkeur hebben, met een obesitasepidemie tot gevolg. Op een vergelijkbare manier komen producenten van pornofilms tegemoet aan een menselijke behoefte aan seks op een extreme manier die vaak weinig overeenkomsten met alledaagse seks en creëren sociale mediawebsites een vals gevoel van sociaal contact met ‘likes’ en ‘volgers’. Op deze manier worden onze evolutionaire voorkeuren en behoeften elke dag verleid met vaak extreme surrogaten (bv., fastfood, porno of ‘likes’ op sociale media), wat voor sommige mensen resulteert in een verslaving.

Bij het voldoen van onze (basis)behoeftes is er dus wederom sprake van een mismatch tussen genetisch geselecteerde voorkeuren voor zaken zoals calorierijk voedsel, seks en sociale validatie en de omgeving waarin deze zaken momenteel overvloedig beschikbaar zijn (fastfood, porno) of gebruikt worden door bedrijven (likes via sociale media). Deze mismatch levert op zijn beurt problemen op zoals obesitas, porno-verslaving en sociale-media verslaving. Dit verschil in onze historische omgeving waarin we evolutionair zijn aangepast en de moderne samenleving verklaart de grote aanwezigheid van deze verslavingen in moderne samenlevingen (met schattingen die oplopen tot 10% van de bevolking) (3).

Waarom verslavingen schadelijk zijn

Een verslaving komt voor wanneer iemand geen controle meer heeft over zijn of haar gedrag of het gebruik van middelen. Meestal gaat na verloop van tijd de nood aan het middel of het gedrag een hele sterke invloed uitoefenen op het leven van een persoon en tot problemen leiden. Zo kan iemand met een drugsverslaving al zijn of haar spaargeld (en dat van vrienden en familie) uitgeven aan het kopen van drugs en hierdoor mogelijk werkloos of dakloos worden. Op een gelijkaardige manier kan iemand met een gokverslaving al zijn spaargeld verspelen en eindigen met grote schulden of iemand met een sociale media verslaving kan de hele dag spenderen aan het creëren van content voor hun profiel, wat leidt tot de verwaarlozing van sociale relaties met vrienden en familie. Daarnaast kan een fastfood verslaving leiden tot morbide obesitas en kan een pornoverslaving ervoor zorgen dat je geen gezonde seksuele relaties meer kan aangaan. Kortom, een verslaving kan het hele leven van iemand overnemen en leiden tot aanzienlijke lichamelijke, mentale, financiële en/of sociale problemen.

Vaak is er een gradueel verloop bij een verslaving, waarbij er pas na verloop van tijd sprake is van problematisch gedrag. Initieel is het gedrag vaak onschuldig, maar na verloop van tijd is er steeds meer extremer gedrag of stimulatie nodig om hetzelfde belonende gevoel te krijgen. Zo kan bijvoorbeeld iemand met een gokverslaving telkens grotere sommen geld vergokken of iemand met een pornoverslaving steeds extremere en illegale films kijken om nog dezelfde opwinding te kunnen ervaren. Op een gelijkaardige manier kan iemand gradueel meer tijd investeren in het maken van digitale content of steeds meer fastfood eten om een gevoel van verzadiging te krijgen. Dit graduele verloop zorgt ervoor dat een verslaving soms moeilijk te herkennen is door de persoon zelf. Vaak kunnen anderen het verslaafde gedrag beter herkennen. Soms is op dit punt de veroorzaakte schade al enorm en moeilijk te overkomen. Toch is het goed om te realiseren dat er op ieder moment nog een ommekeer kan worden gemaakt weg van de snelle maar schadelijke beloningen gelinkt aan verslavingen.

Gedragsverslavingen en drugsverslavingen

In de wetenschappelijke literatuur wordt er soms een onderscheid gemaakt tussen gedragsverslavingen en drugsverslavingen. Bij gedragsverslavingen is de verslaving gelinkt aan het stellen van specifieke gedragingen zoals het eten van fastfood, gokken of online content plaatsen. Hierbij worden de hersenen indirect gestimuleerd met een korte dopamineboost door het eten van calorierijk fastfood of het krijgen van validatie (bv., ‘likes’) op sociale media. Daarentegen hebben verschillende drugs een directe invloed op dopamine en endorfine receptoren in de hersenen, wat leidt tot een fijn gevoel. Zo stimuleert het nemen van cocaïne direct de hoeveelheid dopamine in bepaalde hersengebieden, wat zorgt voor een genotsgevoel en een toename aan zelfvertrouwen. Heroïne daarentegen heeft een effect op de endorfine-receptoren in de hersenen, wat zorgt voor pijnverlaging en een intens gelukzalig gevoel. Door deze directe werking op het beloningsysteem in de hersenen kunnen harddrugs een sterk verslavend effect veroorzaken.

Zowel bij gedragsverslavingen en drugsverslavingen treedt er helaas vaak snel gewenning op aan de dopamineverhogingen in de hersenen, waardoor steeds grotere of frequentere dosissen moeten genomen worden van de drugs of dat er extremer gedrag moet worden gesteld (bv., grotere bedragen vergokken of vaker content posten op sociale media) om hetzelfde belonende effect te krijgen. Hierdoor kunnen beide soorten van verslavingen snel escaleren.

Net zoals bij gedragsverslavingen is er ook bij harddrugs opnieuw sprake van een evolutionaire mismatch: doorheen onze evolutie waren er nog nooit gepurificeerde of synthetische stoffen die een dergelijke sterke werking hebben op onze hersenen. We zijn dus ook niet evolutionair aangepast aan de mogelijke problemen die deze stoffen veroorzaken, zoals neveneffecten, afhankelijkheid en problemen in de sociale omgeving. Nu dat harddrugs meer en meer beschikbaar worden in Nederland en België levert deze mismatch aanzienlijke individuele en maatschappelijke problemen op.

Verslavingen tegengaan: uitgestelde beloning en alternatieve beloning

Door marktwerking en het resulterende uitgebreide aanbod aan dopamine-stimulerende middelen vergt het in de huidige maatschappij veel zelfcontrole om niet verslaafd te worden aan een van de vele verleidingen zoals fastfood, porno, gokken, roken, alcohol, drugs, gamen, medicatie, tv-series, shoppen of sociale media. Met uitzondering van drugs worden al deze zaken vaak direct gemarket aan ons (bv., via reclame op tv) en zijn ze makkelijk beschikbaar. Maar ondanks dat deze zaken makkelijk beschikbaar zijn en een fijn gevoel geven op korte termijn, zorgen ze op lange termijn vaak voor aanzienlijke gezondheidsschade, financiële problemen en/of sociale conflicten.

Eén manier om met deze verleiding door verslavende middelen om te gaan is via het hebben of aanleren van zelfcontrole. Vanuit onze omgeving en via informatiecampagnes worden we eraan herinnerd om aan de gevolgen op lange termijn te denken die zijn gelinkt aan verschillende verslaving (bv., leverschade na langdurig gebruik van alcohol) in plaats van enkel te focussen op het genot op de korte termijn. In de psychologie wordt het prioriteren van lange-termijn doelen over korte-termijn beloningen ook wel uitgesteld beloning genoemd. In de meest bekende studie over dit fenomeen gaven de onderzoekers kinderen een bord met een marshmallow erop (4). De kinderen werden verteld dat zij deze marshmallow meteen mochten opeten, maar als ze dit niet meteen deden zouden ze na ongeveer 15 minuten wachten een extra marshmallow krijgen. Deze “marshmallow test” om zelfcontrole te meten is nuttig gebleken om succes op latere leeftijd bij deze kinderen te voorspellen zoals schoolresultaten en een gezond BMI. Het niet doorstaan van de marshmallow test was gerelateerd aan een hogere kans op drugsgebruik op latere leeftijd (4).

Het hebben van zelfcontrole lijkt dus zeer nuttig in de context van verslavingen, zeker wanneer er vele verleidingen zijn die op lange termijn schade kunnen veroorzaken. Maar psychologisch onderzoek toont aan dat het moeilijk is om continu zelfcontrole te vertonen. Meer specifiek komt er uit sommige onderzoeken naar voren dat zelfcontrole een beperkte hulpbron is: na verloop van tijd raakt zelfcontrole uitgeput, net zoals een spier die vermoeid raakt (5). Na het uitoefenen van veel zelfcontrole hebben mensen soms moeilijkheden met het volhouden van zelfcontrole voor andere zaken (bv., na veel te hebben gewerkt ‘belonen’ sommige mensen zichzelf met ongezond eten) (6). Zelfcontrole is dus geen eindeloze bron. Daarnaast is er ook natuurlijke variabiliteit in het hebben van zelfcontrole: sommige mensen hebben veel meer zelfcontrole dan anderen. Het hebben van zelfcontrole alleen is dus vaak onvoldoende om met verslavingen om te kunnen gaan, zeker voor mensen die hier meer moeite mee hebben.

Een andere techniek dan zelfcontrole om verslavingen te vermijden of tegen te gaan is het zoeken naar andere zaken die belonend werken, zonder dat ze schadelijke effecten hebben op lange termijn. Hobby’s zoals hardlopen, fitness, tennis, bordspelletjes, filmavonden, lezen en reizen hebben ook een belonend effect op de hersenen, zonder dat ze op de lange termijn slecht voor ons zijn. Een welbekend fenomeen hiervan is de “runner’s high” waarbij endorfine in de hersenen vrijkomt na een lange rensessie (en andere sportsessies). Een voordeel van deze techniek is dat het vervangen van verslavingen door positieve (belonende) activiteiten een kleinere hoeveelheid zelfcontrole vereisen. Het is namelijk makkelijker om een andere leuke activiteit te doen (bv., naar de bioscoop gaan) dan om enkel iets niet te doen (bv., niet thuisblijven om series te binge-watchen). Een ander voordeel is dat positieve hobby’s vaak incompatibel zijn met verslavingen. Zo zijn alcohol en drugs slecht combineerbaar met sport of zijn spelletjesavonden met vrienden slecht combineerbaar met een verslaving aan sociale media. Onderzoek heeft ook aangetoond dat sport en fysieke activiteit kunnen helpen om drugsverslavingen tegen te gaan (7,8).

Conclusie: Verslavingen als evolutionaire mismatch

Doorheen onze evolutionaire geschiedenis hebben we sterke behoeftes ontwikkeld aan bepaalde zaken zoals calorierijk voedsel, seks en sociale validatie. In moderne samenlevingen zijn sommige van deze dingen overvloedig aanwezig, wat kan leiden tot verslavingen die een negatieve impact hebben op onze gezondheid en sociaal functioneren. Het vergt bijzonder veel zelfcontrole van mensen om niet verslaafd te worden aan de vele verleidingen die binnen moderne consumptie-gerichte samenlevingen worden aangeboden (bv., tv-series, sportweddenschappen, porno, fastfood, frisdrank, sociale media, games, online shoppen, etc.). Op individueel niveau kan het focussen op alternatieve belonende en gezonde activiteiten zoals sport of sociale activiteiten een manier bieden om met dit grote aanbod aan verslavende middelen om te gaan. Maar wellicht zal er op lange termijn meer regelgeving moeten komen vanuit overheden om de schadelijke gevolgen van overconsumptie te beperken, net zoals dit bijvoorbeeld met tabaksproducten gebeurde.


Referenties

1.          Spanagel R, Weiss F. The dopamine hypothesis of reward: past and current status. Trends Neurosci [Internet]. 1999 Nov;22(11):521–7. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S0166223699014472

2.          Schultz W. Getting Formal with Dopamine and Reward. Neuron [Internet]. 2002 Oct;36(2):241–63. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S0896627302009674

3.          Jellinenk. Hoeveel mensen in Nederland zijn verslaafd en hoeveel zijn er in behandeling? [Internet]. 2023. Available from: https://www.jellinek.nl/vraag-antwoord/hoeveel-mensen-zijn-verslaafd-en-hoeveel-zijn-er-in-behandeling/

4.          Shoda Y, Mischel W, Peake PK. Predicting adolescent cognitive and self-regulatory competencies from preschool delay of gratification: Identifying diagnostic conditions. Dev Psychol [Internet]. 1990 Nov;26(6):978–86. Available from: https://doi.apa.org/doi/10.1037/0012-1649.26.6.978

5.          Muraven M, Baumeister RF. Self-regulation and depletion of limited resources: Does self-control resemble a muscle? Psychol Bull [Internet]. 2000;126(2):247–59. Available from: https://doi.apa.org/doi/10.1037/0033-2909.126.2.247

6.          de Witt Huberts JC, Evers C, De Ridder DTD. License to sin: Self‐licensing as a mechanism underlying hedonic consumption. Eur J Soc Psychol [Internet]. 2012 Jun 20;42(4):490–6. Available from: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/ejsp.861

7.          Wang D, Wang Y, Wang Y, Li R, Zhou C. Impact of Physical Exercise on Substance Use Disorders: A Meta-Analysis. Raju R, editor. PLoS One [Internet]. 2014 Oct 16;9(10):e110728. Available from: https://dx.plos.org/10.1371/journal.pone.0110728

8.          Lynch WJ, Peterson AB, Sanchez V, Abel J, Smith MA. Exercise as a novel treatment for drug addiction: A neurobiological and stage-dependent hypothesis. Neurosci Biobehav Rev [Internet]. 2013 Sep;37(8):1622–44. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S0149763413001668