Onze evolutionaire geschiedenis bepaalt voor een groot deel ons gedrag. Toch is de huidige omgeving en met name sociale beloningen (bv., bewondering, erkenning of sociaal aanzien door anderen) ook van groot belang om ons gedag te verklaren. Dit komt voort uit onze groepsgevoeligheid als mensen (zie ook blog 2). Voorbeelden van extreem gedrag dat gemotiveerd wordt door sociale beloning is het meerdere jaren studeren voor het behalen van een diploma of het vijfmaal bidden per dag als godsdienstig ritueel. Dit zijn beiden gedragingen die veel tijd en energie kosten, zonder dat zij direct bijdragen aan het doorgeven van genen. Echter indirect hebben deze gedragingen wel een evolutionaire functie omdat ze sociale status kunnen vergroten binnen een groep en op die manier kunnen bijdragen aan het vinden van een goede partner en reproductief succes. Maar soms kunnen deze sociale beloningen ook aanleiding geven tot problematisch gedragingen zoals verspillende luxe-consumptie of risicogedrag. In deze blog wordt verder uitgewerkt hoe sociale beloningen soms kunnen resulteren in schadelijk gedrag.
Groepsgevoeligheid en sociale beloningen
Sommige gedragingen die mensen doen, zoals bidden, studeren of topsport, zijn moeilijk te begrijpen vanuit evolutionair perspectief. Integendeel zelfs, in evolutionaire termen zijn dit kostelijke gedragingen omdat zij veel tijd en energie onttrekken aan het ultieme evolutionaire doel: het doorgeven van genen. Deze gedragingen kunnen pas goed begrepen worden wanneer we mensen bekijken als een groepsdier. Veel gedragingen leiden niet tot onmiddellijke beloningen in een omgeving (bv., sport kost energie), maar dragen bij aan het verkrijgen van een hogere status binnen de groep (bv., topsporters hebben veel sociaal aanzien). Deze hogere status is dan weer voordelig om vlotter toegang te hebben tot evolutionair belangrijke zaken zoals partners en bondgenoten. Andere voorbeelden van kostelijke gedragingen die kunnen leiden tot een hogere sociale status (of deze status tentoonspreiden) binnen een groep zijn dure kleding, juwelen, auto’s, reizen, vrijwilligerswerk, filantropie, tattoos, lezen, muziek maken en kunst.
Het zoeken naar status en sociale beloningen kan een sterke invloed uitoefenen op ons gedrag. Dusdanig zelfs dat het aanleiding geeft tot soms absurde gedragingen die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor het individu of de samenleving. In deze blog worden er een aantal van dit soort extreme gedragingen beschreven die niet alleen verklaard kunnen worden door evolutionaire aanpassing, maar vooral door sociale beloning en status. Maar eerst is het nodig om het belang van een sociale hiërarchie en sociale status uit te leggen.
Het evolutionaire nut van sociale hiërarchieën en status signaling
Mensen, net zoals vele andere groepsdieren, leven in groepen met een sociale hiërarchie. Deze sociale hiërarchie heeft een nut voor de groep, zoals het voorkomen van constant geweld en competitie voor toegang tot voedsel of partners. De groepsleden die hoger in de hiërarchie staan krijgen als eerste toegang tot deze zaken, wat wordt gerespecteerd door de groepsleden die lager in de hiërarchie staan. Deze rangorde kan soms worden betwist, zoals bijvoorbeeld wanneer jonge chimpansee mannetjes het alfa-mannetje uitdagen als leider. Maar zelfs wanneer het alfa-mannetje verslagen wordt komt er uiteindelijk telkens opnieuw een sociale hiërarchie omdat dit stabieler en veiliger is voor de groep dan een anarchie waarbij er continu competitie, conflict en geweld plaatsvindt over schaarse middelen (1).
Om te voorkomen dat er telkens opnieuw conflict ontstaat over de hiërarchie zullen groepsdieren zoals chimpansees, olifanten en mensen gebruik maken van “signaling” om hun status te tonen. Een welbekend voorbeeld is een gorilla die op zijn borst klopt en daarbij luid schreeuwt. Op deze manier signaleert deze gorilla dat hij sterk en gezond is, en dat het geen zin heeft voor rivalen om zijn status te proberen uitdagen (2). Dit heeft voordelen voor zowel het alfa-mannetje als de rivalen: bij beiden wordt risico op verwonding door onderlinge competitie vermindert zolang het status signaal als geloofwaardig wordt gezien. Status signalen hebben dus evolutionaire voordelen bij groepsdieren, inclusief mensen, omdat het onnodige competitie en geweld kan voorkomen. Andere voorbeelden van status signaling bij dieren zijn de staart bij een mannelijke pauw, het springen uit water door dolfijnen en het fluiten bij vogels.
Status signaling bij mensen, risicogedrag en overconsumptie
Ook mensen maken veel gebruik van signaling om hun status aan te tonen. Typische voorbeelden zijn competitiesport, risicogedrag (bv., te snel rijden) en luxe-consumptie (bv., merkkleding). Op deze manier kunnen mensen geloofwaardig aantonen dat zij fysiek gezond zijn, dat ze bereid zijn om grote risico’s te nemen en/of dat ze beschikken over veel middelen. Binnen deze specifieke gebieden kunnen mensen soms onderling steeds extremere competitie met elkaar aangaan om hun sociale positie aan te tonen, zoals steeds luxueuzere auto’s, horloges of handtassen kopen of net steeds gevaarlijker risicogedrag vertonen. Net zoals bij andere dieren heeft dit signaling gedrag bij mensen de functie om hun sociale positie binnen de groep te demonstreren of proberen verkrijgen.
Helaas kan signaling-gedrag soms nadelen opleveren voor de individuele persoon én vooral ook voor de bredere groep. Een extreem voorbeeld is het fenomeen “trofee-jagen”, waarbij “jagers” exotische dieren zoals giraffen, neushoorns of tijgers doden om hun financiële en sociale status aan te tonen. Dit heeft geleid tot het uitsterven van hele diersoorten, zoals bijvoorbeeld de witte neushoorn. Het aantonen van status door trofeejagers leidt dus tot grote negatieve gevolgen in biodiversiteit, waar hele ecosystemen (en ook mensen) last van hebben en nadelen van ondervinden. Maar signalering-gedrag hoeft niet altijd negatieve gevolgen te hebben voor de bredere groep. Een positief voorbeeld van status-signalering zijn wetenschappers die via continue competitie met elkaar (o.a., via het aanvragen van prestigieuze beurzen) op zoek gaan naar nieuwe inzichten, medicatie of technologieën die het leven van vele mensen kunnen verbeteren.
Religieus gedrag, status signaling en celibaat
Een ander voorbeeld van signalering-gedrag bij mensen dat bekrachtigd wordt door gekoppelde sociale beloningen is religieus gedrag. In evolutionaire termen is religieus gedrag niet direct adaptief: Het investeren van veel tijd in bidden of het lezen van religieuze teksten heeft weinig direct nut voor het doorgeven van genen aan een volgende generatie. Het is zelfs nadelig, aangezien het tijd en energie kost die zou kunnen gebruikt worden om een partner te vinden of voedsel te verzamelen. Maar indirect kan religieus gedrag belangrijke voordelen opleveren: Het verhoogt het sociale aanzien binnen de groep en kan daarbij bijdragen aan het vinden van een partner of het verkrijgen van meer (sociale) middelen.
Soms kan religieus gedrag leiden tot nog meer extreme vormen van evolutionair nadelige gedragingen. Zo kiezen priesters in de katholieke kerk ervoor om celibatair te leven. Dit gedrag heeft absoluut geen directe genetische voordelen voor het individu want dit houdt in dat zijn/haar genen niet worden doorgegeven aan een volgende generatie. Vanuit een evolutionair perspectief is het celibaat dan ook erg moeilijk te verklaren. Mogelijk brengt het celibaat bepaalde sociale voordelen met zich mee voor de familie van diegene die het celibaat aangaat. Zo lijkt het erop dat boeddhistische monniken in China die het celibaat aangaan gemiddeld gezien meer neefjes en nichtjes hebben dan andere personen, mogelijks doordat zij meer middelen hebben om hun familie te ondersteunen door hun sociale aanzien (3). Op deze manier kan, vanuit evolutionair oogpunt, extreem religieus gedrag zoals het celibaat toch een evolutionaire functie hebben via de voordelen die het oplevert voor de directe familie van de persoon die het gedrag vertoont.
Status, risicogedrag en het ‘Young Male Syndrome’
Sociale competitie en het zoeken van sociale status komt ook veel voor in jongerengroepen en subculturen, vooral voor jongeren tijdens de adolescentie waarbij het ontwikkelen van een eigen identiteit erg belangrijk is. Helaas kan dit ook aanleiding geven tot zelfdestructief gedrag en geweld. Voorbeelden hiervan zijn risicogedragingen (bv., overvallen plegen of drugs nemen) of ontgroeningsrituelen (bv., extreme dooprituelen bij studentenverenigingen). Bij jongens in de adolescentie heeft deze piek in risicogedrag tijdens de adolescentie zelfs een aparte term gekregen: Het Young Male Syndrome. Vooral tijdens de leeftijd van 15-35 jaar vertonen mannen sterk verhoogd risicogedrag zoals geweld, stunts, drugsgebruik en gokken (4). Opnieuw heeft dit gedrag de functie om een sociale status te communiceren binnen een groep of om status te verkrijgen. Het nemen van veel risico brengt status met zich mee omdat dit de fysieke gezondheid en/of de ‘durf’ van het individu aantoont. Maar deze onderlinge competitie kan aanleiding geven tot steeds gevaarlijkere situaties. Vooral bij jonge mannen zonder kinderen is het evolutionair belangrijk om status te krijgen om een partner te vinden. Het is dan ook niet verrassend dat vooral deze groep een sterk verhoogde prevalentie toont van risicogedrag.
Sociale bekrachtiging en mentale stoornissen
Gezien de sterke invloed van sociale bekrachtigingen op het gedrag van mensen is het niet verbazend dat deze ook een grote rol kunnen spelen bij mentale stoornissen. Eén voorbeeld van een groep stoornissen waarbij sociale bekrachtiging een grote rol speelt zijn eetstoornissen. Zo kunnen extreem slanke vrouwen in reclames en op sociale media jonge vrouwen aanmoedigen om extreme diëten te volgen (6). Ook moeten in eetstoornisklinieken soms jonge patiëntes uit elkaar worden gehaald omdat ze elkaar aanmoedigen om nog meer en extremer te diëten, wat kan leiden tot ernstige ondervoeding en de daaraan gekoppelde gezondheidsproblemen (waaronder orgaanfalen). Anderzijds kunnen sociale beloningen ook ‘bigorexia’ (of ook spierdysmorfie of bigorexia nervosa genoemd) aanmoedigen, waarbij typisch (jonge) mannen overtuigd raken dat ze onvoldoende spiermassa hebben en dit proberen te bekomen met compulsief fitnessen en anabole steroïden (6).
Een andere extreme mentale stoornis waar sociale bekrachtiging een rol lijkt te spelen is zelfmoord. Vaak worden in zelfmoordstatistieken kleine stijgingen waargenomen in het aantal zelfmoorden na de zelfmoord van een beroemd persoon zoals Robin Williams en Tim Bergling (7). Er lijkt dus een effect te zijn van sociale beïnvloeding bij sommige zelfmoorden. Wellicht motiveren de vele uitingen van sympathie over de beroemdheid in de media het gedrag bij personen die al nadenken over zelfmoord.
Tenslotte worden sommige verslavingen sterk aangemoedigd door sociale bekrachtigingen. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is sociale media verslaving, waarbij sommige personen erg veel tijd gaan investeren in het maken van foto’s voor Instagram of het opstellen van Tweets voor het krijgen van ‘likes’ op sociale media. Maar ook bij verslavingen aan middelen lijken sociale bekrachtigingen een rol te spelen. Zo ontwikkelen drugs- en alcoholverslaving zich vaak initieel binnen jongerengroepen waarin het aanvaard en aangemoedigd wordt om drugs of alcohol te gebruiken (8).
Conclusie: Hoe sociale bekrachtiging schadelijk gedrag kan motiveren
Het gedrag van mensen als groepsdieren wordt sterk beïnvloedt door sociale bekrachtiging en status signaling. Dit kan soms aanleiding tot evolutionair moeilijk te verklaren gedragingen zoals het celibaat, risicogedrag, overconsumptie, eetstoornissen, verslavingen en zelfs zelfmoorden. Echter dragen deze gedragingen bij aan het verkrijgen van sociale status en daardoor indirect aan evolutionaire ‘fitness’. Het is nuttig voor individuen en samenlevingen om op de hoogte te zijn van hoe sterk sociale bekrachtiging en het zoeken naar status van invloed kunnen zijn op menselijk gedrag. Zo kunnen we sociale status toekennen aan gedragingen die een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij (bv., wetenschappelijk onderzoek of vrijwilligerswerk) en gedrag dat schadelijk is voor de samenleving, individuen of de natuur sterk afkeuren (bv., trofee-hunting, onrealistische schoonheidsidealen verheerlijken of overvloedige luxe consumptie).
Referenties
1. Tibbetts EA, Pardo-Sanchez J, Weise C. The establishment and maintenance of dominance hierarchies. Philos Trans R Soc B Biol Sci [Internet]. 2022 Feb 28;377(1845). Available from: https://royalsocietypublishing.org/doi/10.1098/rstb.2020.0450
2. Wright E, Grawunder S, Ndayishimiye E, Galbany J, McFarlin SC, Stoinski TS, et al. Chest beats as an honest signal of body size in male mountain gorillas (Gorilla beringei beringei). Sci Rep [Internet]. 2021 Apr 8;11(1):6879. Available from: https://www.nature.com/articles/s41598-021-86261-8
3. Micheletti AJC, Ge E, Zhou L, Chen Y, Zhang H, Du J, et al. Religious celibacy brings inclusive fitness benefits. Proc R Soc B Biol Sci [Internet]. 2022 Jun 29;289(1977). Available from: https://royalsocietypublishing.org/doi/10.1098/rspb.2022.0965
4. Wilson M, Daly M. Competitiveness, risk taking, and violence: the young male syndrome. Ethol Sociobiol [Internet]. 1985 Jan;6(1):59–73. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/016230958590041X
5. Farsang P, Kocsor F. The Young Male Syndrome Revisited – Homicide Data from Hungarian and Australian Populations. Hum Ethol Bull [Internet]. 2016 Jun 30;31(2):17–29. Available from: http://ishe.org/2016-2/vol-312/the-young-male-syndrome-revisited-homicide-data-from-hungarian-and-australian-populations/
6. Rantala MJ, Luoto S, Krama T, Krams I. Eating Disorders: An Evolutionary Psychoneuroimmunological Approach. Front Psychol [Internet]. 2019 Oct 29;10. Available from: https://www.frontiersin.org/article/10.3389/fpsyg.2019.02200/full
7. Niederkrotenthaler T, Braun M, Pirkis J, Till B, Stack S, Sinyor M, et al. Association between suicide reporting in the media and suicide: systematic review and meta-analysis. BMJ [Internet]. 2020 Mar 18;m575. Available from: https://www.bmj.com/lookup/doi/10.1136/bmj.m575
8. Read JP, Wood MD, Kahler CW, Maddock JE, Palfai TP. Examining the role of drinking motives in college student alcohol use and problems. Psychol Addict Behav [Internet]. 2003 Mar;17(1):13–23. Available from: https://doi.apa.org/doi/10.1037/0893-164X.17.1.13