Tagarchief: Slangen

Vijf psychologische reflexen

Reflexen zijn snelle maar rigide reacties op specifieke prikkels in de omgeving. Mensen hebben verschillende reflexen zoals de kniepeesreflex, de hoestreflex en de valreflex. Deze reflexen zijn van evolutionair belang om ons te helpen snel onze balans te herstellen, te voorkomen dat we stikken of om verwondingen bij een val te beperken bij een val. Soms wordt er gedacht dat reflexen enkel een klein deel van ons (motorisch) gedrag bepalen. Maar verrassend genoeg hebben mensen een vrij uitgebreid repertoire aan reflexen om snel te reageren op verschillende prikkels in de omgeving, welke vaak complexer zijn dan simpele motorische reacties. In deze blog bespreek ik vijf ‘psychologische reflexen’ en hun (speculatieve) evolutionaire functie.

De schrikreflex

Eén bekende reflex die vaak in psychologische laboratoria wordt onderzocht is de schrikreflex. Hierbij springen mensen een klein beetje op en zetten hun spieren schrap bij het horen van een onverwachts (luid) geluid (bv., een luide knal). Vaak ook knipperen mensen met hun ogen bij deze reflex. Deze reactie ontplooit zich over een tijdspanne van 80-300 milliseconden en is daardoor bijzonder snel. De functie van deze reflex is om het lichaam te helpen reageren op een plotse impact en de ogen te beschermen. Wanneer mensen zich angstig voelen is deze reflex sterker uitgesproken. Dat is een evolutionaire nuttige aanpassing van de schrikreflex, want dit zorgt ervoor dat we sneller kunnen reageren in mogelijk bedreigende situaties. Bij mensen die last hebben van post-traumatische stressstoornis (bv., bij soldaten na een gevechtsmissie) is de schrikreflex ook vaak sterker aanwezig, wat wijst op hun continu verhoogde alertheid.

Nerveuze lach

In ongemakkelijke of bedreigende situaties kunnen mensen soms een nerveuze lach vertonen. Hierbij worden de kaken opgespannen en de tanden ontbloot, maar de gelaatsuitdrukking is minder ontspannen dan bij een normale lach en komt hierdoor minder natuurlijk over. Het is niet helemaal duidelijk wat de evolutionaire functie is van een nerveuze lach. Mogelijks is het een automatische deceptiestrategie om nervositeit niet te tonen. Of mogelijks is de functie van de nerveuze lach om de tanden te ontbloten, wat bij sommige apensoorten een signaal van intimidatie is naar tegenstanders. Wat ook de evolutionaire functie is van een nerveuze lach, het is duidelijk dat het een sterke en onvrijwillige psychologische reflex is welke professionele pokerspelers er soms toe dwingt om anti-angstmedicatie te nemen.

Bron: wr heustis - Pexels

Kippenvel krijgen

Een andere reflex waarvan de evolutionaire functie bij mensen niet helemaal duidelijk is is kippenvel krijgen. Hierbij gaan de haren op de huid rechtopstaan en lijkt hierdoor een beetje op de huid van een geplukte kip. Deze reflex komt vaak voor wanneer mensen het koud hebben. Het rechtopstaan van de haren bij koude helpt om de warme lucht die van ons lichaam afkomt beter vast te houden. Maar ook bij emotionele ervaring zoals tijdens meeslepende muziek, een romantische film of een indrukwekkend betoog kunnen mensen soms kippenvel krijgen. De reden waarom dit gebeurt is niet helemaal duidelijk. Bij andere dieren is het rechtopstaan van de haren soms een intimidatiesignaal om zo groter te lijken (zoals bijvoorbeeld bij honden). Bij mensen is het echter niet helemaal duidelijk wat het evolutionaire nut is van deze reflex bij sterke emoties.

Bron: Wikipedia

Zuigreflex bij baby’s

Pasgeboren baby’s hebben vele verschillende reflexen zoals de grijpreflex en de zuigreflex, die later in het leven weer verdwijnen. De zuigreflex helpt om de borstvoeding vlot te laten verlopen en heeft dus een duidelijke evolutionaire functie. Baby’s kunnen ook vaak succesvol worden getroost met een fopspeen. Verder lokt borstvoeding weer een andere reflex uit bij de moeder: het resulteert in het vrijkomen van het hormoon oxytocine. Dit hormoon helpt bij het verder op gang brengen van de borstvoeding (toeschietreflex) en het vormen en versterken van de emotionele band tussen de moeder en baby. De zuigreflex lokt dus een hele reeks aan reflexen en hormonale veranderingen uit bij het kind en bij de moeder, wat een belangrijke rol speelt in het vormen van de ouder-kindband en de verdere ontwikkeling.

Angst voor slangen

Een laatste ‘reflex’ bij mensen is angst voor slangen. Reflex staat in de vorige zin tussen haakjes omdat er in tegenstelling tot de voorgaande reflexen geen heel duidelijk observeerbare motorische reactie aanwezig is. Wel is het zo dat angst voor slangen een vaak voorkomend en onvrijwillig gedragspatroon is bij mensen, waardoor het in brede zin kan geclassificeerd worden als een reflex. Verder is deze reflex bij andere dieren duidelijker zichtbaar, zoals bij katten die wegspringen wanneer ze een komkommer verwarren met een slang (zie onderstaande filmpje).

Andere reflexen en het aanleren van ‘reflexen’

Mensen hebben nog veel andere psychologische reflexen dan de bovengenoemde vijf reflexen, zoals pijn ervaren wanneer je je been breekt, seksuele opwinding bij het zien van een aantrekkelijk persoon of hongergevoelens bij het ruiken van lekker eten. In de taal van één van de bekendste psychologen en fysiologen, namelijk Ivan Pavlov, worden een been breken, een aantrekkelijk persoon zien of lekker eten ruiken ongeconditioneerde stimuli genoemd. Dit wil zeggen dat deze stimuli onvoorwaardelijk een reactie uitlokken zoals pijn, opwinding en hongergevoelens, net zoals andere reflex-prikkels dit doen.

Pavlov heeft echter ook aangetoond dat we door middel van conditionering ook ‘reflexen’ kunnen aanleren voor andere stimuli, zoals het krijgen van hongergevoelens bij het horen van een bel nadat deze bel consequent samen aangeboden is geweest met lekker eten. In de taal van Pavlov wordt de bel een geconditioneerde stimulus genoemd, omdat het horen van een bel pas een reactie uitlokt nadat deze herhaaldelijk samen aangeboden is geweest met lekker eten (m.a.w., geconditioneerd is geweest). Via conditionering leren mensen ‘reflexen’ aan voor veel verschillende soorten van prikkels, zoals het blij worden bij het horen van het geluid van de ijscoman, het automatisch lezen van geschreven letters en het misselijk worden bij het ruiken van specifiek voedsel na een voedselvergiftiging (Domjan, 2005; Pavlov, 1927).

Conclusie: Mensen hebben veel onvrijwillige reflexen

Uit de bovengenoemde voorbeelden blijkt dat mensen heel wat onvrijwillige reacties (‘reflexen’) hebben bij verschillende prikkels. Deze zijn vaak aangeboren, maar kunnen ook soms aangeleerd zijn via conditionering. Aangeboren reflexen hebben zich doorheen onze evolutionaire geschiedenis ontwikkeld en bepalen meer van ons gedrag dan dat we soms denken. Dat is maar goed ook: Bij veel reflexen is het net van belang om snel en efficiënt te kunnen reageren zonder al te veel na te denken. Het is namelijk beter om zonder na te denken iets te vaak weg te springen van een komkommer of een tak in het gras dan om éénmalig niet weg te springen bij een echte slang.

Mensen (en vele andere dieren) hebben echter ook de capaciteit tot het aanleren van nieuw gedrag via conditionering en andere leer-procedures. Dit geeft ons de mogelijkheid om efficiënt te kunnen reageren op veel verschillende prikkels, ook diegene die geen grote evolutionaire rol hebben gespeeld. Ook bij aangeleerd gedrag is het van belang dat dit gedrag snel en efficiënt wordt vertoond (zoals bv. het wegrennen bij een grommende hond nadat je bent gebeten geweest). Daarom dat we ons ook vaak niet volledig bewust zijn van aangeleerde ‘reflexen’, aangezien het aangeleerde gedrag vaak automatisch plaatsvindt. Echter is het voor therapie soms belangrijk om bewust te worden van deze (aangeleerde) gedragspatronen omdat ze soms tot problemen leiden en kunnen doorbroken worden door bewust andere gedragingen uit te proberen (bv., niet wegrennen van rustige honden, maar net over jouw angst voor honden heen proberen komen).

Referenties

Domjan, M. (2005). Pavlovian conditioning: A functional perspective. Annual Review of Psychology56(1), 179-206.

Pavlov, I.P. (1927). Conditioned reflexes; an investigation of the physiological activity of the cerebral cortex. (Translated and edited by G.V. Anrep) Oxford U.P., Humphrey