Blog 5 in de reeks ‘evolutionaire psychologie’: Evolutie en attention-deficit and hyperactivity disorder (ADHD)

De prevalentie van al ADHD is de afgelopen decennia sterk gestegen. Schattingen van het aantal kinderen in Nederland met een ADHD-diagnose liggen momenteel tussen 2 en 7% (1). Ook is het gebruik van medicatie voor ADHD (bv., ritalin en concerta) meer dan vervijfdubbeld tussen 2003 en 2023 (2). Deze medicalisering van ADHD is zorgelijk. Vanuit een evolutionair psychologisch perspectief zijn ADHD-symptomen vaak het gevolg van een omgeving-genen mismatch in plaats van een neurobiologisch probleem. Daarnaast is er evidentie dat ADHD-diagnoses niet altijd accuraat worden gesteld en worden beïnvloed door irrelevante factoren zoals de relatieve biologische leeftijd en het geslacht van kinderen. Een evolutionair psychologisch perspectief helpt om beter te begrijpen waar ADHD-symptomen vandaan komen.

De symptomen en gevolgen van ADHD in het kort

Bij ADHD is er sprake van een gebrek aan concentratie en rust. Ook kan er impulsief gedrag aanwezig zijn, zoals dingen zeggen of doen zonder na te denken. Deze symptomen kunnen allerlei problemen veroorzaken zoals slechtere schoolresultaten, conflicten in persoonlijke relaties of moeilijkheden om banen goed uit te voeren. Vaak (maar niet altijd) worden deze symptomen vastgesteld tijdens de kindertijd en blijven deze in meer of mindere mate aanwezig tijdens de volwassenheid. In deze blog wordt er vooral gefocust op ADHD-symptomen bij kinderen.

ADHD als het resultaat van een evolutionaire mismatch

Net zoals de stoornissen die eerder in deze blog zijn besproken kan ADHD gezien worden als een voorbeeld van een mismatch tussen evolutie en de moderne omgeving. Bijvoorbeeld zijn klaslokalen een evolutionair recent fenomeen. Leerplicht werd voor het eerst ingevoerd in Nederland in 1901 en in België in 1914. Dit houdt in dat ouders ervoor moeten zorgen dat kinderen zijn ingeschreven bij een school en hier ook naartoe gaan. Binnen Nederland en Vlaanderen zijn scholen verplicht om te voldoen aan een minimumaantal lesuren, wat wekelijks neerkomt op ongeveer 24 uur gestructureerde lessen voor kinderen. Naast deze lesuren krijgen kinderen vaak meerdere uren aan opdrachten mee naar huis (huiswerk). Dit grote aantal uren aan gestructureerd en zelfstandig werk kan uitdagend zijn voor heel wat kinderen. Daarnaast hebben veel kinderen ook nog heel wat gestructureerde buitenschools activiteiten zoals sport, bijlessen of muzieklessen. Kinderen kunnen moeite ervaren met het bijhouden van al deze gestructureerde activiteiten met onrustig en afgeleid gedrag tot gevolg. Dit gedrag wordt vervolgens soms gediagnosticeerd als ADHD.

De dagindeling van kinderen nu verschilt aanzienlijk hoe deze eruit zag gedurende onze evolutionaire geschiedenis. In duizenden voorgaande generaties hielpen kinderen volwassenen met dagelijkse activiteiten zoals voedsel zoeken, het land bewerken of helpen met andere klussen. Vanuit dit perspectief zijn de hersenen en gedragspatronen van kinderen niet goed aangepast aan de evolutionair recente en gestructureerde omgeving van een klaslokaal. In moderne omgevingen ontbreekt het kinderen vaak aan vrij spel, voldoende fysieke activiteit en interactie met oudere kinderen en volwassenen (3).

Methylfenidaat als antwoord op de evolutionaire mismatch tussen klaslokalen en kinderen

Kinderen die zijn gediagnosticeerd met ADHD worden vaak methylfenidaat voorgeschreven, wat wordt verkocht onder merknamen zoals ritalin en concerta. Methylfenidaat is een stimulerend middel wat kan helpen om de concentratie te verhogen en impulsief gedrag te verminderen. Het kan echter ook verschillende neveneffecten veroorzaken zoals nervositeit, prikkelbaarheid, slaapproblemen, hoofdpijn en lusteloosheid. Ook kan er een ‘rebound’-effect optreden, waarbij na uitwerking van het middel er sprake is van verhoogde hyperactiviteit en concentratievermindering.

Net zoals het gebruik van antidepressiva is, vanuit een evolutionair perspectief gezien, het gebruik van methylfenidaat opnieuw een voorbeeld van hoe een mismatch tussen de evolutionaire geschiedenis (o.a., veel beweging en afwisseling) en de huidige maatschappij en omgeving (o.a., 8 uur per dag stilzitten in een klaslokaal) wordt opgelost door het gebruik van psychiatrische labels en medicatie. Echter is de uitwerking hiervan gelijkaardig aan de uitwerking bij depressie: de symptomen van het mismatch-probleem worden wel onderdrukt met medicatie, maar het onderliggende probleem (o.a., gebrek aan beweging en stimulatie) wordt niet opgelost.

Het ‘jongste kind syndroom’

Aanvullende evidentie dat normaal gedrag van kinderen soms wordt weggezet als ADHD komt vanuit statistische analyses waarbij gekeken worden welke kinderen in een klas een ADHD-diagnose toegekend krijgen. Hierbij komt naar voor dat jongere kinderen in de klas (geboren in oktober, november of december) tot wel dubbel zo vaak een ADHD-diagnose krijgen en medicatie worden voorgeschreven dan oudere kinderen in de klas (geboren in januari, februari en maart) (4). Dit komt wellicht doordat het drukke en minder aandachtige gedrag van de jongere kinderen in een klas, die tot wel bijna een jaar jonger zijn dan hun oudere klasgenoten, vaker onterecht wordt geïnterpreteerd als ADHD door leerkrachten, ouders en artsen. Dit is overigens geen seizoensgebonden fenomeen: in landen waarbij het afkappunt om naar school te gaan op 1 september ligt (i.p.v., 1 januari in andere landen) blijft dit fenomeen overeind (waar dan kinderen die geboren zijn tijdens oktober en november net een lagere kans hebben om gediagnosticeerd te worden met ADHD omdat zij in deze landen net relatief ouder zijn dan de andere kinderen in de klas) (5). Dit ‘jongste kind syndroom’ toont dus dat de diagnose van ADHD niet helemaal betrouwbaar wordt gesteld, maar wordt beïnvloed door irrelevant factoren (o.a., de relatieve biologische leeftijd van het kind).

Genderverschillen in ADHD bij kinderen

Een andere opvallende statistiek rond ADHD bij kinderen is dat deze diagnose ongeveer tweemaal zo vaak vastgesteld bij jongens als bij meisjes (6). Vanuit een puur medisch perspectief is dit vreemd, omdat er geen duidelijke a priori reden is waarom deze ‘neurocognitieve stoornis’ vaker zou voorkomen bij jongens als bij meisjes. De hersenen van mannen en vrouwen verschillen tenslotte niet dusdanig van elkaar dat er een groot verschil wordt verwacht in de frequentie van neurocognitieve problemen (bv., problemen bij de ontwikkeling van de hersenen) die ADHD zouden kunnen verklaren. Opnieuw suggereert dit patroon van diagnoses dat normaal gedrag wordt weggezet als een psychiatrische stoornis. Jongens vertonen immers vaker onrustiger gedrag en minder concentratie dan meisjes, en dit heeft een evolutionaire verklaring.

Gemiddeld gezien is het spelgedrag van jongens vaker competitief en ruiger in vergelijking met dat van meisjes. Meisjes daarentegen vertonen (gemiddeld) vaker zorgend spelgedrag (bv., spelen met poppen of dieren). Wellicht heeft dit ruigere spelgedrag van jongens een evolutionaire oorsprong, aangezien hetzelfde patroon van gedragsverschillen wordt geobserveerd in verschillende landen en culturen, en zelfs bij andere diersoorten zoals bij chimpansees. Een mogelijke evolutionaire verklaring is dat jongens tijdens hun spelgedrag ‘oefenen’ voor typische uitdagingen voor volwassen mannen, zoals onderlinge competitie en meer direct geweld, wat ook wordt geobserveerd bij andere mensapen. Meisjes daarentegen ‘oefenen’ tijdens hun spelgedrag vaker zorggedrag, omdat zorgtaken voor kinderen vaker terecht komen bij vrouwen. Het is belangrijk om hier te benadrukken dat het hier gaat om gemiddelden en dat deze patronen niet noodzakelijk opgaan voor alle individuele jongens en meisjes. Maar gemiddeld gezien is er wel een duidelijk patroon merkbaar, wat niet mag genegeerd worden. Een gevolg hiervan is dat het gendertypische spelgedrag van jongens bovengemiddeld wellicht vaker als onrustig en verstorend wordt gezien en dat zij hierdoor vaker worden ge(mis)diagnosticeerd met ADHD en medicatie worden voorgeschreven.

Vervrouwelijking van het onderwijs en ADHD

Een maatschappelijke trend welke mogelijk bijdraagt aan dat het gedrag van jongens als storend wordt ervaren in de klaslokalen is de snelle vervrouwelijking van het onderwijs. Momenteel is ruim 80% van de leerkrachten in het basisonderwijs in België en Nederland vrouw. Gelijkaardige trends van een gestage toename van vrouwelijke docenten doen zich voor in het middelbare en het hoger onderwijs. Door deze genderonbalans bij het lerarencorps is er mogelijk minder ruimte voor het genderspecifieke (spel)gedrag van jongens, wat zorgt voor een nog sterkere evolutionaire mismatch voor het gedrag van jongens en de omgeving waarin zij zich bevinden. Een betere balans in het lerarencorps zou ervoor kunnen zorgen dat het gedrag van jongens meer ruimte krijgt en minder als storend wordt ervaren.

Andere evolutionair psychologische verklaringen voor ADHD

Doorheen de jaren zijn er veel verschillende evolutionair psychologische verklaringen voorgesteld voor het voorkomen van ADHD. Deze houden onder andere in dat ADHD-symptomen behulpzaam kunnen zijn binnen snel veranderende omgevingen, complementair kunnen zijn aan de denkpatronen van mensen zonder ADHD, gerelateerd zijn aan een avond-chronotype of kunnen helpen bij multitasking (7,8). Het bespreken van al deze mogelijke evolutionair psychologische verklaringen voor ADHD past niet binnen een enkele blog, maar ze tonen allen aan dat binnen bepaalde omgevingen ADHD-symptomen net een adaptieve functie kunnen hebben en dus niet altijd moeten worden gezien als een stoornis.

Conclusie: ADHD en evolutionaire mismatch

Net zoals bij de andere stoornissen die werden besproken in voorgaande blogposts (angststoornissen, depressie en verslavingen) is er ook bij ADHD sprake van een evolutionaire mismatch met de omgeving: Het gedrag van kinderen over duizenden generaties is niet goed aangepast aan de statische en vaak weinig stimulerende leeromgeving in scholen. Deze mismatch bij de kinderen met het meest onrustige gedrag (vooral relatief jongere kinderen en jongens) wordt opgelost met behulp psychiatrische diagnoses en medicatie, hoewel dit het onderliggende probleem van een evolutionaire mismatch niet oplost. De onevenredige diagnose van jongere kinderen en jongens met ADHD toont aan dat normaal gedrag soms wordt weggezet als een stoornis. Een evolutionair perspectief helpt om de snelle toename in de diagnose van ADHD beter te begrijpen en kan inspiratie bieden om scholen en klaslokalen vorm te geven op een manier die beter past bij onze evolutionaire geschiedenis, zoals door meer mogelijkheden te geven voor fysieke activiteit en te zorgen voor een evenwichtige verdeling van vrouwelijke en mannelijke leerkrachten.

Referenties

1.          Nederlands Jeugdinstituut. Cijfers over ADHD [Internet]. 2024. Available from: https://www.nji.nl/cijfers/adhd

2.          Zorginstituut Nederland. Het aantal gebruikers van ADHD-middelen, 2003 – 2023 [Internet]. 2024. Available from: https://www.gipdatabank.nl/databank?infotype=g&label=00-totaal&tabel_g_00-totaal=R_85_adh&geg=gebr&spec=&item=bijlage

3.          Panksepp J. Can PLAY Diminish ADHD and Facilitate the Construction of the Social Brain? J Can Acad Child Adolesc Psychiatry. 2007;16(2):57–66.

4.          Krabbe EE, Thoutenhoofd ED, Conradi M, Pijl SJ, Batstra L. Birth month as predictor of ADHD medication use in Dutch school classes. Eur J Spec Needs Educ [Internet]. 2014 Oct 2;29(4):571–8. Available from: http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/08856257.2014.943564

5.          Gosling CJ, Caparos S, Pinabiaux C, Schwarzer G, Rücker G, Agha SS, et al. Association between relative age at school and persistence of ADHD in prospective studies: an individual participant data meta-analysis. The Lancet Psychiatry [Internet]. 2023 Dec;10(12):922–33. Available from: https://linkinghub.elsevier.com/retrieve/pii/S2215036623002729

6.          Center for Disease Control and Prevention. Data and Statistics on ADHD [Internet]. 2024. Available from: https://www.cdc.gov/adhd/data/index.html

7.          Garson J. Did ADHD Evolve to Help Us? Psychology Today [Internet]. 2022; Available from: https://www.psychologytoday.com/intl/blog/the-biology-of-human-nature/202211/did-adhd-evolve-to-help-us

8.          Swanepoel A, Music G, Launer J, Reiss MJ. How evolutionary thinking can help us to understand ADHD. BJPsych Adv [Internet]. 2017 Nov 2;23(6):410–8. Available from: https://www.cambridge.org/core/product/identifier/S2056467800003054/type/journal_article

Plaats een reactie